Verhoging studentencontingent tot 650 uren
Onze nieuwe regering voorzag in het regeerakkoord de wens om het aantal financieel gunstige uren als student op structurele wijze te verhogen tot 650 uur per kalenderjaar. In oktober 2024 werd hiervoor een wetsvoorstel ingediend. De nieuwe wetgeving tot verhoging van het studentencontingent werd definitief goedgekeurd en is ondertussen officieel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De hieronder vermelde wijzigingen treden retroactief in werking vanaf 1 januari 2025.
Verhoging studentenuren naar 650
Vanaf 1 januari 2025 mogen studenten tot 650 uur per jaar werken aan het voordelige studententarief. Voor deze uren is de werkgever geen bedrijfsvoorheffing en sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd. Er zal enkel een solidariteitsbijdrage van toepassing zijn (2,71% werknemersbijdrage en 5,42% werkgeversbijdrage).
Inkomensgrenzen om fiscaal ten laste te blijven
Een student blijft fiscaal ten laste van zijn ouders onder de volgende voorwaarden:
- De student maakt op 1 januari van het aanslagjaar deel uit van het gezin van de belastingplichtige. Dit betekent dat het kind daadwerkelijk en op duurzame wijze moet samenwonen met de belastingplichtige.
- Het kind mag niet door zijn ouders tewerkgesteld worden en mag geen inkomsten hebben verworven die voor de belastingplichtige ouder een aftrekbare beroepskost zijn.
- De netto inkomsten overschrijden bepaalde maxima niet.
Voor inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026) gelden de volgende maximumbedragen aan netto bestaansmiddelen:
- 4 100 euro netto bestaansmiddelen.
Dit bedrag is van toepassing op alle studenten.
Het bedrag van de bestaansmiddelen is een nettobedrag. Dit betekent dat van het ontvangen bedrag een aantal kosten mag worden afgetrokken:
- Ofwel de werkelijk bewezen kosten;
- Ofwel een forfaitair bedrag van 20%, met een minimum van 570 euro (inkomstenjaar 2025).
Om te voorkomen dat de verhoging van het aantal studentenuren ertoe leidt dat studenten niet langer fiscaal ten laste van hun ouders kunnen blijven, voorziet de regering in een verdubbeling van de fiscale vrijstelling bij de berekening van de toegelaten bestaansmiddelen. Concreet betekent dit dat de eerste 6 840 euro aan bruto belastbaar inkomen uit studentenarbeid niet wordt meegeteld bij de berekening van de netto bestaansmiddelen (voor inkomstenjaar 2025).
We kunnen hierbij concluderen dat een student die een bruto belastbaar inkomen heeft van 11 965 euro (na aftrek van de solidariteitsbijdragen), ten laste blijft van zijn ouders en zelf niet belast zal worden op zijn of haar inkomen.