Nieuws

Studenten: Fiscaal ten laste / Groeipakket

1 – 475 uren - RSZ solidariteitsbijdrage

Elke student krijgt per kalenderjaar een pakket van 475 uren (zijn contingent). Hierop betaalt hij minder sociale zekerheidsbijdragen dan een gewone werknemer:

  • 2,71% werknemersbijdrage,
  • 5,42% werkgeversbijdrage.

De werkgever moet de student bij de aanwerving onmiddellijk registreren via Dimona. Om recht te hebben op de verlaagde RSZ-solidariteitsbijdrage moet de Dimona-aangifte tijdig gebeuren, dit wil zeggen vóór de aanvang van de prestatie. De reservatie van de uren moet gebeuren op basis van een ondertekende schriftelijke studentenovereenkomst.

Als de student zijn contingent van 475 uren opgebruikt heeft, zijn de normale sociale zekerheidsbijdragen van toepassing.

Een student kan zijn saldo steeds nakijken via Student@Work.

Omwille van de coronacrisis, tellen de eerste 45 uren van het eerste kwartaal 2022 (januari tot maart) niet mee op het contingent van de student.

Voor jobstudenten in de gezondheidszorg en het onderwijs, tellen alle uren van het eerste en het tweede kwartaal 2022 niet mee.

2 - Inkomstengrenzen om fiscaal ten laste te blijven

 Een student blijft fiscaal ten laste van zijn ouders indien hij op 1 januari van het aanslagjaar in kwestie deel uitmaakt van het gezin en indien zijn netto bestaansmiddelen een bepaald bedrag niet overschrijden.

Om zijn hoedanigheid als persoon ten laste te behouden, mag de student bovendien niet door zijn ouders tewerkgesteld zijn en mag hij geen inkomsten hebben verworven die voor zijn ouders als aftrekbare beroepskosten kunnen worden beschouwd.

Voor inkomstenjaar 2022 (aanslagjaar 2023) gelden de volgende maximum bedragen aan netto bestaansmiddelen:

  • 3490 euro netto belastbaar;
  • 5040 euro netto belastbaar indien hij ten laste is van een alleenstaande belastingplichtige;

Het bedrag van de bestaansmiddelen is een nettobedrag. Dit betekent dat van het ontvangen bedrag, een aantal kosten afgetrokken mogen worden:

  • Ofwel de werkelijk bewezen kosten
  • Ofwel een forfaitair bedrag van 20%, met een minimum van 480 euro (inkomstenjaar 2022).

Dit leidt tot volgende bruto belastbare bedragen, wanneer gebruik gemaakt wordt van forfaitaire kosten:

  • 4362,50 euro bruto belastbaar – 20% kosten = 3490 euro netto belastbaar;
  • 6300,00 euro bruto belastbaar – 20% kosten = 5040 euro netto belastbaar indien hij ten laste is van een alleenstaande belastingplichtige;

Studentenarbeid

Een bruto belastbaar inkomen van 2910 euro (inkomstenjaar 2022), wordt niet meegeteld voor de berekening van de toegelaten bestaansmiddelen, op voorwaarde dat deze inkomsten verdiend worden in het kader van een studentenovereenkomst.

Alimentatiegeld

Een student die onderhoudsuitkeringen ontvangt, zit vrij vlug aan de grens. Daarom moet het alimentatiegeld voor een gedeelte niet mee in rekening genomen worden.

Voor inkomstenjaar 2022 is dat bedrag 3490 euro.

3  – Belastingvrije som

De alleenstaande student zal zelf personenbelasting moeten betalen indien zijn inkomsten de belastingvrije som overschrijden.

De belastingvrije som bedraagt 9270 euro voor de inkomsten van 2022 (netto belastbare inkomsten). De belastingvrije som is 13.242,86 euro bruto belastbaar loon.

4  – Kinderbijslag

Aangezien de kinderbijslag geregionaliseerd werd, is de regeling hiervoor afhankelijk van de regio waar je woont. Vlaanderen, Wallonië, Brussel en de Duitstalige Gemeenschap hebben hier dus verschillende regelgeving.

Groeipakket (regio Vlaanderen)

Een student jonger dan 18 jaar heeft altijd recht op het Groeipakket, ook als hij meer dan 475 uren gewerkt heeft.

Een student ouder dan 18 jaar, behoudt het recht op het Groeipakket maximum tot en met de maand waarin hij 25 jaar wordt. De student mag maximaal 475 uren per jaar werken via een studentenovereenkomst. Deze studentenjobs hebben geen invloed op het Groeipakket.

Als een student via een gewoon contract (geen studenten job) werkt en de normale sociale bijdragen betaalt, dan mag hij tot 80 uren per maand werken. Als een student meer dan 80 uren per maand werkt, dan valt het recht op het Groeipakket weg voor die maand.

5  – Student aanwerven na de zomervakantie

Werkgevers stellen zich wel vaker de vraag of ze een jobstudent waar ze erg tevreden over zijn ook ná de zomervakantie kunnen aanwerven met een gewone arbeidsovereenkomst als arbeider of bediende.

Indien een jongere zijn studies beëindigd heeft op bijvoorbeeld 30 juni, kan hij in de daaropvolgende zomermaanden nog zonder problemen als jobstudent worden tewerkgesteld en genieten van het voordelig RSZ-regime. De RSZ aanvaardt immers dat men nog tot 30 september van dat jaar tegen verminderde sociale bijdragen kan werken.

Wenst u als werkgever deze student in september of in het najaar aan te werven met een gewone arbeidsovereenkomst als arbeider of bediende, dan vormt ook deze aanwerving in principe geen probleem. De voordelige RSZ-bijdragen die de werkgever en de student genoten, komen niet in gevaar.

Voorzichtigheid is echter geboden: er moet immers een duidelijk onderscheid kunnen worden gemaakt tussen de twee functies, enerzijds de functie waarin de jongere als student werd aangeworven en anderzijds de functie waarin de jongere als arbeider of bediende in vast dienstverband wordt aangeworven. De voorbije of huidige tewerkstelling als student mag geen vermomde proefperiode zijn voor de latere arbeidsovereenkomst als arbeider of bediende!

Bestaat er een duidelijk onderscheid tussen de functies waarvoor de jongere werd aangeworven met een studentenovereenkomst en de uit te voeren activiteiten waarvoor hij wordt aangeworven met een gewone arbeidsovereenkomst, dan blijven voor de tewerkstelling als student de verminderde bijdragen RSZ van toepassing. Kan er daarentegen geen onderscheid worden gemaakt tussen beide activiteiten, dan zullen voor de volledige tewerkstelling (zowel tewerkstelling als student als tewerkstelling als arbeider of bediende) de gewone RSZ-bijdragen verschuldigd zijn.

Terug naar overzicht