Neutralisatie studentenarbeid in het derde kwartaal 2021

Eén van de maatregelen voorzien in het relanceplan, betreft de neutralisering van de studentenarbeid tijdens het derde kwartaal van 2021.

RSZ-solidariteitsbijdrage

Voor de eerste 475 uren per jaar moet er voor een student geen gewone socialezekerheidsbijdragen berekend worden, maar slechts een solidariteitsbijdrage.

De voorwaarden om deze solidariteitsbijdrage te mogen toepassen zijn:

De uren gepresteerd als student tijdens het derde kwartaal van 2021, worden niet meegeteld in het jaarlijkse contingent van 475 uren. Deze maatregel geldt voor alle werkgevers, ongeacht de sector waartoe ze behoren.

Voor studenten die werken in de gezondheidszorg en het onderwijs, worden de uren gepresteerd in het eerste en tweede kwartaal van 2021 ook niet meegeteld in het jaarlijkse contingent.

Kinderbijslag

Voor 2020 en 2021 werd er door de regionale kinderbijslagfondsen een uitzonderingsregeling uitgewerkt. De gepresteerde uren tijdens het tweede kwartaal 2020 en het derde kwartaal van 2021 worden niet meegeteld voor het totaal van: 

Voor studenten die werken in de gezondheidszorg en het onderwijs, worden de uren gepresteerd in het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 ook niet meegeteld.

Fiscaliteit

De nettobestaansmiddelen van studentenprestaties uit onderstaande kwartalen worden niet meegerekend om te bepalen of je al dan niet fiscaal ten laste bent van je ouders:

 

Deze info is gebaseerd op een ontwerptekst en kan dus nog wijzigen. Deze informatie geldt ook onder voorbehoud van publicatie in het Belgisch Staatsblad.

 

Terug naar overzicht