Hervorming flexi-jobs vanaf juli 2026

Het wetsontwerp rond de aangekondigde hervorming van de flexi-jobs werd ingediend in de Kamer. De beoogde inwerkingtreding is 1 juli 2026, al moet dit nog definitief worden bevestigd. Hieronder bespreken we alvast de voorlopige teksten. Deze informatie is onder voorbehoud van de definitieve wettekst en de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad.

Uitbreiding naar alle sectoren

Vanaf juli 2026 zal elke publieke en private werkgever flexi-jobbers mogen inzetten, tenzij er een opt-out geldt:

  • Een paritair (sub)comité kan beslissen volledig uit het systeem van flexi-jobs te stappen. Deze beslissing wordt bij KB bevestigd.
  • Een paritair (sub)comité kan beslissen om flexi-jobs gedeeltelijk uit te sluiten. Deze beslissing wordt bij KB bevestigd.


Sectoren kunnen via dezelfde procedure opnieuw toetreden tot het systeem van flexi-jobs (opt-in).

Vanaf juli 2026 zou een gedeeltelijke opt-out niet langer beperkt zijn tot een (deel)sector, maar ook betrekking kunnen hebben op een maximaal percentage van het totale arbeidsvolume bij een werkgever.

Een KB zal bepalen wat er gebeurt met de bestaande opt-outs en opt-ins die van kracht zijn vóór 1 juli 2026.

Wanneer het bevoegde paritair (sub)comité de nieuwe opt-out (die niet bestond vóór 1 juli 2026) uiterlijk op 30 juni 2026 aanvraagt, kan deze in werking treden vanaf het vierde kwartaal 2026. Bij een aanvraag uiterlijk op 30 september 2026 treedt de opt-out in werking vanaf het eerste kwartaal van 2027.

Vanaf 2027 zullen opt-outs en opt-ins jaarlijks worden georganiseerd en telkens ingaan op 1 januari.

De algemene uitsluiting voor de artistieke, artistiek-technische en artistiek-ondersteunende functies blijft behouden.

Wijziging van de voorwaarden

Enkel actieve werknemers (tewerkstelling van minstens 80% bij één of meerdere andere werkgevers) en gepensioneerden mogen een flexi-job uitvoeren.

Voor gepensioneerden zou het volstaan om in het kwartaal van de flexi-job (kwartaal T) opgenomen te zijn in het pensioenkadaster.

Wie wil flexi-jobben bij de werkgever van vóór het pensioen, moet wachten tot het kwartaal na het kwartaal waarin men met pensioen ging.

Vanaf juli 2026 zal een werknemer met een reguliere voltijdse tewerkstelling kunnen flexi-jobben bij een andere (al dan niet verbonden) werkgever. Voorheen was een flexi-job bij een verbonden werkgever verboden wanneer de werknemer daar voor minstens 80% tewerkgesteld was.

Uitzendkrachten

De voorwaarde die een tewerkstelling als gewone werknemer én als flexi-jobber in hetzelfde kwartaal verbiedt, geldt niet voor uitzendkrachten die bij verschillende gebruikers worden tewerkgesteld. Een uitzendkracht kan voortaan in hetzelfde kwartaal bij gebruiker A als gewone werknemer en bij gebruiker B als flexi-jobber werken.

Maximum flexiloon

Sinds 2024 mag een flexi-jobber niet meer verdienen dan 150% van het baremaloon, tenzij hiervan wordt afgeweken via een sectorale cao. Voor de berekening van dit plafond moeten zowel het flexiloon als alle andere bijkomende vergoedingen, premies en voordelen die onderworpen zijn aan RSZ-bijdragen, worden meegerekend.

Vanaf juli 2026 zou in de horeca een specifiek maximum flexiloon van €21 gelden. In alle andere sectoren blijft het maximum van 150% van het baremaloon behouden. Wel zouden volgende wijzigingen gelden:

  • Sectoren kunnen geen ander maximum meer bepalen.
  • Aan RSZ-bijdragen onderworpen vergoedingen, premies en voordelen tellen enkel nog mee voor de berekening van het maximum flexiloon wanneer ze worden toegekend zonder wettelijke, reglementaire of cao-basis.


Aanwezigheidsregistratie

Werkgevers die flexi-jobbers tewerkstellen, moeten gebruikmaken van een elektronisch systeem dat voor elke flexi-jobber het exacte begin- en eindtijdstip van de arbeidsprestatie registreert en bewaart.

Terug naar overzicht